Heb je een foto? Identificeer vissen direct met de Fishby-app.
Open de appBeschrijving
De brasem (Abramis brama) is een algemeen voorkomende zoetwatervis die behoort tot de familie van de karperachtigen (Cyprinidae). Het is een bodemvoeder die bekend staat om zijn karakteristieke hoge, zijdelings afgeplatte lichaam en zijn vermogen om in troebel water te leven. De soort is van ecologisch belang als prooi voor roofvissen en als indicator voor de waterkwaliteit. Het is ook een populaire sportvis.
Fysieke kenmerken
- Lichaamsvorm
- compressed
- Kleur
- Volwassen exemplaren hebben een bronskleurige tot goudbruine rug en flanken, die lichter worden naar de buik toe. Jonge brasems zijn zilverachtig. De vinnen zijn grijs tot donkerbruin.
- Schubtype
- cycloid
- Positie van de bek
- inferior
- Onderscheidende kenmerken
- Hoog, zijdelings afgeplat lichaam, Kleine, naar beneden gerichte bek (subterminaal), Lange aarsvin (23-30 vinstralen), Relatief kleine schubben, Slijmerige huid
- Rugvin
- Kort, hoog, met 3 onvertakte en 8-9 vertakte vinstralen.
- Staartvin
- Diep gevorkt, met de onderste lob iets langer dan de bovenste.
- Borstvin
- Relatief lang, reikt bijna tot de basis van de buikvinnen.
- Kenmerkende vinnen
- De aarsvin is opvallend lang en begint ver naar voren, direct achter de buikvinnen.
Identificatietips
Lichaamsvorm
Zeer hoog en zijdelings afgeplat lichaam, vooral bij volwassen exemplaren. Dit onderscheidt hem van de meeste andere karperachtigen.
Bek
Kleine, naar beneden gerichte, uitstulpbare bek, ideaal voor het wroeten in de bodem.
Aarsvin
Opvallend lange aarsvin met 23-30 vinstralen, beginnend direct achter de buikvinnen.
Kleur
Bronskleurig tot goudbruin bij volwassen vissen, zilverachtig bij jonge exemplaren.
Habitat
- Watertype
- freshwater
- Diepte
- Voorkeur voor diepere delen van waterlichamen, maar ook te vinden in ondiepere, begroeide zones. Typisch 1-10 meter.
- Omgeving
- Stilstaande of langzaam stromende wateren met een zachte, modderige of zanderige bodem. Meren, plassen, brede rivieren, kanalen en grote vijvers. Verdraagt troebel water en een laag zuurstofgehalte.
- Geografisch verspreidingsgebied
- Wijdverspreid in Europa, van de Pyreneeën en de Alpen in het westen tot de Oeral in het oosten. Komt voor in Scandinavië (zuidelijk deel) en het Verenigd Koninkrijk. Geïntroduceerd in enkele andere gebieden.
Aquariuminformatie
- Verzorgingsniveau: advanced
- Temperament: peaceful
- Dieet: omnivore
- Minimale aquariumgrootte: Niet geschikt voor aquaria vanwege de grootte en specifieke habitatbehoeften.
- Temperatuur: 10-25°C
- pH-waarde: 6.5-8.0
- Hardheid: 5-20 dGH
- Compatibiliteit: Niet geschikt voor aquaria.
- Speciale vereisten: Vereist zeer grote, goed gefilterde vijvers met zachte bodem en voldoende diepte. Niet aanbevolen voor de meeste hobbyisten.
Informatie uit het wild
- Beschermingsstatus: least concern
- Seizoensgebondenheid: Het hele jaar door actief, met piekactiviteit in de warmere maanden. Paait in het voorjaar (april-juni).
- Marktprijs: Laag
- Commercieel belang: low
- Smaak: Aards, soms modderig, afhankelijk van de waterkwaliteit.
- Textuur: Zacht, met veel kleine graten.
- Bereidingswijzen: Roken, Frituren (na fileren), Stoven (om graten te verzachten)
- Voedingswaarde: Matig vetgehalte, goede bron van eiwitten en omega-3 vetzuren.
Belangrijke feiten
Bodemwoelerbehavior
Brasems zijn typische bodemwoelers. Ze gebruiken hun uitstulpbare bek om in de modder te zoeken naar voedsel, wat vaak leidt tot troebel water in hun leefgebied.
Slijmlaaginteresting
De brasem heeft een dikke slijmlaag op zijn huid, die hem beschermt tegen parasieten en bacteriën, en helpt bij het glijden door de modder.
Groeisnelheidrecord
Brasems kunnen relatief groot worden, met exemplaren van meer dan 50 cm en gewichten van enkele kilo's. De maximale gerapporteerde lengte is 82 cm en het maximale gewicht 9,1 kg.
Paaigedragbehavior
Tijdens de paaitijd in het voorjaar verzamelen brasems zich in grote groepen in ondiepe, begroeide gebieden. De mannetjes ontwikkelen dan paaiuitslag (kleine, ruwe knobbeltjes) op hun kop en lichaam.
Hybridenevolution
De brasem hybridiseert regelmatig met andere karperachtigen, zoals de kolblei (Blicca bjoerkna) en de blankvoorn (Rutilus rutilus), wat de identificatie soms kan bemoeilijken.
Veiligheidsinformatie
Veilig- Veiligheidsniveau: safe
- Giftig: Nee
- Eetbaarheid: edible
- Hanteringsnotities: Geen specifieke gevaren. De vis is slijmerig, wat het vasthouden kan bemoeilijken. Voorzichtig behandelen bij terugzetten om de slijmhuid niet te beschadigen.
Vergelijkbare soorten
Kolblei
Blicca bjoerkna
De kolblei heeft grotere schubben, een kortere aarsvin (19-22 vinstralen) en roodachtige borst- en buikvinnen. De ogen van de kolblei zijn relatief groter en de bek is minder uitstulpbaar.
Fint
Alburnus alburnus
De fint is veel slanker en heeft een zilverachtig lichaam. De bek is terminaal (naar voren gericht) en de aarsvin is korter.
Blankvoorn
Rutilus rutilus
De blankvoorn heeft een ronder lichaam, rode vinnen en een terminale bek. De schubben zijn groter en de aarsvin is korter.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Actinopterygii
- Orde
- Cypriniformes
- Familie
- Cyprinidae
- Geslacht
- Abramis
- Soort
- Abramis brama
Ontdek Brasem
Identificeer vissen overal
Gratis op iOS, Android en het web. Fotoherkenning, volledige soortinformatie en meer.